Hebben we banken in deze tijd nog nodig? – Coöperatie De Vrije Media U.A.

De brief die Minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem op 1 februari 2016 naar de Tweede Kamer stuurde inzake het ‘Burgerinitiatief Ons Geld’ markeert een belangrijke omslag in de officiële lezing over het scheppen van digitaal geld. Het gaat hierbij in het bijzonder om onderstaande quote uit deze brief:

“Van oudsher fungeren banken als intermediair tussen besparingen en leningen. De ex-ante aanwezigheid van spaargeld is echter geen voorwaarde voor het kunnen uitlenen van geld. Banken zijn in het huidige stelsel namelijk geldscheppende instellingen. Op het moment dat een bedrijf of persoon een kredietaanvraag doet, kan de bank een lening verstrekken door geld te creëren. De bank doet dat door aan de activakant van de balans de schuld van het bedrijf of de persoon bij te schrijven en aan de passivakant van de balans een deposito bij te schrijven waarmee betalingen kunnen worden verricht. Hiermee ontstaat giraal geld.”

Kamerbrief Burgerinitiatief Ons Geld d.d. 1 februari 2016 van Minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem

De  betekenis van deze uitspraak van de Minister van Financiën is groot. Het maakt een einde aan de stelligheid waarmee banken tot dusver ontkenden geld uit het niets c.q. geld door schuld te creëren. Nog in 2013 verwees de ING Bank de gedachte dat banken dit doen naar het rijk der fabelen:

Quote uit een brief d.d. 3 oktober 2013 van Wilfred Nagel, Chief Risk Officer ING

De gevolgen van de bevestiging door Jeroen Dijsselbloem over de manier waarop digitaal geld door commerciële banken wordt gecreëerd, zijn verstrekkend. Banken kunnen het in rekening brengen van rente niet meer rechtvaardigen met het argument dat ook zij rente betalen aan hun spaarders en depositohouders. Verder wordt officieel bevestigd dat commerciële banken geld uit het niets maken en dat doen op basis van hun -private- winstdoelstelling. Deze winstdoelstelling is gekoppeld aan de belangen van de aandeelhouders en niet aan die van de samenleving. Banken zijn gewoon ondernemingen die het aandeelhoudersbelang centraal plaatsen, zoals alle grote beursgenoteerde ondernemingen doen. Er is daarom geen enkele reden om banken anders te behandelen dan bedrijven, die niet in de financiële sector actief zijn. Het verdienmodel gebaseerd op rente komt hierdoor ter discussie te staan. Want hoe kan een bedrijf een product (geld) verkopen voor geld, als het zelf het product niet in voorraad heeft. Laat staan dat geld een product zou zijn.

Ter illustratie hiervan een voorbeeld:

Bank A leent aan een klant € 300.000 uit voor de aankoop van een woning. De rente is 3%, 30 jaar vast en er wordt in die 30 jaar niet afgelost. In totaal betaalt de klant in 30 jaar € 270.000 rente aan de bank. Dit bedrag zijn de inkomsten van de bank, 30 jaar lang  € 9.000 per jaar. Hieruit betaalt de bank zijn bedrijfskosten en een beetje rente en – gereduceerde- belasting. De rente die de bank op zijn beurt betaalt aan klanten is altijd lager dan de spaarrente, want het grootste deel van het geld dat banken gebruiken als dekking voor het geld dat ze uitlenen zijn de tegoeden op de rekening-courant rekeningen van bedrijven, overheid (bijvoorbeeld Belastingdienst) en instellingen (bijvoorbeeld Zorgverzekeraars) en de tegoeden op de salarisrekeningen van particulieren. Daarvoor vraagt de bank eerder geld dan dat ze ervoor betalen.

Bank A heeft voor het tot stand komen van de lening en voor het beheren ervan een aantal werkuren nodig, maakt gebruik van het computersysteem en heeft dekking nodig voor ‘overhead’kosten zoals  salarissen van de directie,  gebouwen en  ondersteunende diensten. Als Bank A geen rente meer in rekening zou brengen – en ook geen rente meer zou uitbetalen aan klanten- en de inkomsten geheel zou baseren op uurtarieven, zoals advocaten en accountants dat doen, dan wordt het ‘plaatje’ compleet anders. Om de lening tot stand te brengen zijn in dit voorbeeld 20 gewerkte uren nodig. Het tarief dat de bank hanteert is inclusief de dekking voor alle genoemde kosten en bedraagt het exorbitante bedrag van € 400 per uur. Verder is er beheer en administratie tijdens de komende 30 jaar nodig, gemiddeld 4 uur per jaar, tegen hetzelfde tarief. De voor deze lening benodigde tijd is aan de hoge kant, een probleemloze lening vergt -veel- minder uren. Het is echter tekenend dat ook in dit vrij extreme voorbeeld het gewerkte uren verdienmodel € 56.000 oplevert en dat is iets meer dan 20% van het rente verdienmodel. Het rente verdienmodel heeft geleid tot een enorme overwaardering van wat banken in werkelijkheid aan economische waarde toevoegen. Als het verdienmodel van banken wordt gewijzigd, dan neemt daarmee de financiële druk van deze commerciële ondernemingen op de samenleving flink af. Verder zal er door een grotere transparantie van het nieuwe verdienmodel ten opzichte van het vorige door marktwerking een realistisch uurtarief gaan ontstaan.

 

Hoe komt het dat banken zo’n overgewaardeerde rol kregen toebedeeld? Vermoedelijk komt dat doordat wij aan geld waarde toekennen. Als we het hebben dan kunnen we van alles en als we het niet hebben dan houdt alles op. Wij zijn vergeten dat wijzelf de waarde produceren door de dingen die we voor elkaar maken en de diensten die we aan elkaar verlenen. Die waarde wordt uitgedrukt in geld. Als wij op deze manier gaan denken over geld, dan is  het snel gedaan met ‘geld in de hoofdrol’. Geld wordt dan niet meer dan een hulpmiddel en banken zijn niet langer nodig om het geld voor ons te maken. We kunnen dat immers zelf. Geld is niet meer dan een afspraak en we kunnen daarvoor alles gebruiken dat als zodanig wordt vertrouwd. Of we nu goud en zilver of schelpen en een handvol zout of papier met een handtekening van de directeur van de Europese Centrale Bank of digitale tegoeden gebruiken, waarvan door de commerciële bank wordt gezegd dat je die te allen tijde kunt omwisselen in papiergeld en munten.

Geld is een afspraak, die als zodanig wordt vertrouwd. Tenminste, zo hoort het te zijn. De werkelijkheid is dat weinigen erover nadenken wat geld is en dat daardoor geld op een heel oneigenlijke en niet te vertrouwen manier wordt gebruikt. De meeste mensen weten niet waar het vandaan komt en zijn er ook niet in geïnteresseerd. Zolang je er maar dingen mee kunt kopen is het oké. In die lege ruimte zijn in het verleden de bankiers gedoken. Zij begrepen hoe het geldscheppingsproces werkt en vonden daarom uit dat: ‘het niet uitmaakt wie de wetten van een land maakt, zolang jij maar de macht hebt over de geldkraan.’ De bankiers ‘van den beginne’ bewezen hun gelijk door met geld zo veel geld te maken dat ze een enorme greep kregen op de wereldeconomie. Want de winsten behaald met het bankieren werden geherinvesteerd in interessante en lucratieve economische sectoren en in politieke bewegingen die hen meer geld en macht beloofden. Geld maakt macht, heel veel geld een enorme macht. Er werd een bundeltje geld in het vooruitzicht gesteld en de mens zette zijn talenten en kwaliteiten volledig in om dat bundeltje geld te verdienen. De ‘99%’  is erin getrapt en heeft onbewust de omkering in het denken toegestaan van ‘wijzelf vertegenwoordigen de waarde’ naar ‘zij die geld hebben, hebben de waarde in handen’. En zo is het nog steeds. Daarom bezitten acht superrijken in 2017 even veel als 3,6 miljard van de hele wereldbevolking. Dit fabelachtige vermogen hebben die acht superrijken verworven door geld voor zich te laten werken. De scheefheid van de verdeling van bezit in de wereld neemt nog steeds met een verontrustende snelheid toe, zo blijkt uit het meest recente rapport van Oxfam Novib.

 

Kan deze ontwikkeling nog worden gekeerd, of stevenen we onvermijdelijk af op een wereld waarin 99% in meer of mindere mate tekort komt en waarvan een steeds groter deel in een staat van acute armoede terecht komt? Dit zal absoluut zo zijn, zolang we de waarde buiten onszelf blijven leggen. De omkering of paradigmaverandering die we moeten maken is die van ‘niet geld, maar wijzelf vertegenwoordigen de waarde’. In de praktijk kunnen we ermee beginnen om het bankgeld af te schaffen. Hoe kunnen we dat doen? Door onderling af te spreken dat we ander geld gaan gebruiken. Geld dat door onszelf  in omloop wordt gebracht, bijvoorbeeld binnen een ‘cooperatie’ en waarvoor geen rente wordt betaald en evenmin rente wordt ontvangen. De hoeveelheid geld die dan in omloop wordt gebracht is niet het gevolg van het winststreven van banken, maar ontstaat op basis van het economische proces zelf. Is er meer economische activiteit, dan is er meer geld nodig en is er minder economische activiteit, dan vermindert de hoeveelheid geld. Bijvoorbeeld, als een ondernemer een nieuw bedrijf start, dan heeft hij geld nodig om te investeren in een bedrijfspand, in bedrijfsuitrusting en in voorraad. De ondernemer krijgt dan geen lening van de cooperatie, maar een renteloos voorschot op wat hij in de toekomst met zijn bedrijfsactiviteiten gaat verdienen. Voor dit doel wordt dan geld gecreëerd. Het onderpand voor dit voorschot is de verdiencapaciteit van de ondernemer. De ondernemer heeft dus geen schuld, maar krijgt een voorschot op zijn vermogen om geld te verdienen.

 

Als de ondernemer het voorschot heeft afgelost dan verdwijnt het geld dat hij heeft als voorschot kreeg weer uit de circulatie. Ook in dit geval wordt geld uit het niets gecreëerd, echter niet op basis van schuld, maar op basis van de verdiencapaciteit van de ondernemer en zijn onderneming. Zonder rente, waardoor die extra belasting van zijn verdiencapaciteit er niet meer is en waardoor er niet minder geld in omloop is dan nodig. Immers, in de huidige geldscheppingspraktijk is er steeds te weinig geld in omloop om aflossing èn rente te kunnen betalen, omdat er niet meer geld beschikbaar komt dan dat er schuld is. Het grote verschil met het huidige financiële stelsel is dat in de nieuwe aanpak geld ontstaat uit het productieve economische proces zelf en niet door een wilsbesluit van bijvoorbeeld de president van de Europese Centrale Bank.

De basis van geld is het ‘kapitaal’ van de deelnemers aan het productieve economische proces. Dit kapitaal kan materieel en ook immaterieel zijn, zoals de toekomstige verdiencapaciteit van de ondernemer dat is in het voorbeeld. Iemand die een woning koopt krijgt voor het geld dat hij (nog) niet heeft een voorschot. Dit voorschot is vanzelfsprekend niet groter dan dat wat hij of zij in de komende twintig tot dertig jaar redelijkerwijs kan terugbetalen. zonder rente vanzelfsprekend. De huizenprijzen gaan overigens zonder twijfel dalen als er geen rente meer wordt betaald.

Geld uit het niets is niet ‘the big issue’, zolang het een voorschot is op toekomstige verdiencapaciteit. Anthony Migchels, de bedenker van het initiatief  De Florijn legt dit op een laagdrempelige manier uit in deze video:

 Migchels maakt duidelijk dat banken zich het geld hebben toegeëigend dat eigendom is van de gemeenschap, terwijl hun functie niet meer is dan die van de boekhouder, die voor de gemeenschap bijhoudt wie een overschot of een voorschot heeft, hoe groot het bedrag is en die transacties van de ene rekening naar de andere faciliteert.

Wie moet er dan vaststellen hoeveel mevrouw A. of onderneming J. aan voorschot kan krijgen? Op de eerste plaats is dat degene die het voorschot aanvraagt zelf. Als het andere geld in beweging wordt gebracht door een Coöperatie of door een Stichting, dan zijn er vanzelfsprekend mensen met kennis van zaken nodig, die toetsen of de vraag om het voorschot realistisch is. Vooral om de vrager van het voorschot en de gemeenschap (Coöperatie of Stichting) in bescherming te nemen tegen onverstandige besluiten. Want als er onverhoopt iets zou gebeuren, waardoor de ondernemer of de huizenbezitter zijn voorschot niet meer kan terugbetalen, dan betekent dit verlies voor de voorschotnemer en voor de gemeenschap. Dit is niet geheel te voorkomen en daarom zal er voor elk voorschot dat wordt verleend een bedrag in een ‘stroppenpot’ moeten worden gestort om een eventueel verlies op te vangen. Dit bedrag hoeft echter niet groot te zijn, ten eerste omdat de voorschotten rentevrij zijn en ten tweede omdat er een belang is vanuit de gemeenschap om situaties zoals deze zoveel mogelijk te voorkomen.

De Blije B. , eveneens een zich krachtig ontplooiend initiatief, drukt ons met de neus op de feiten met de video ‘We Are The Creators‘. In deze film wordt op een duidelijk gemaakt dat we onze talenten, creativiteit, productiviteit uit handen hebben gegeven aan een ‘bunch of crooks’. Het is een duidelijke – hoewel zeer Amerikaanse 🙂 –  wake-up call. Verder laat De Blije B. de kracht van de cooperatie zien in de film: ‘Marinaleda Cooperatie‘.

Het ligt aan onszelf of en wanneer banken in de huidige vorm gaan verdwijnen. Als wij anders gaan denken over geld en waarde dan is het vanzelfsprekend dat banken zoals we ze nu kennen geen reden van bestaan meer hebben.  De belangrijkste omslag in ons denken is daarbij dat de waarde niet in het geld zit, maar in onszelf. Wij bedenken en produceren alles wat er wordt voorgebracht. Tot dusver vooral ten faveure van een kleine groep mensen, die de waarde die wij produceren afromen via banken en beurzen. Uit het bovenstaande blijkt dat geld niet behoeft te worden overgelaten aan ondernemingen met winstoogmerk en met een licentie om geld uit het niets te creëren, dat vervolgens met rente wordt uitgeleend. Het is ook niet nodig om geldcreatie over te laten aan de overheid of aan een vierde macht die dat namens de overheid doet. In een volwassen, menswaardige samenleving kunnen we dat zelf. Lokaal, regionaal, landelijk en zelfs internationaal via coöperaties, opgezet volgens de menselijke maat. Het is daarbij essentieel dat er draagvlak is voor en samenwerking tussen deze initiatieven.

Als we dit met elkaar gaan aanpakken en niet het cynisme van ‘het lukt toch niet’ laten overheersen, dan kan het proces heel snel gaan. Het is altijd zo geweest dat nieuwe ontwikkelingen zijn begonnen met enkele pioniers, gevolgd door een aantal enthousiaste mensen, waarna er geleidelijk ook de twijfelaars en de kat-uit-de-boom kijkers aansloten. Nieuwe ontwikkelingen worden vrijwel altijd tegengewerkt, omdat zij die profiteren van de oude situatie hun voorrechten niet zomaar prijsgeven en veelal ook de macht hebben om de nieuwe initiatieven tegen te houden, te frustreren, verdacht te maken of te bestrijden. Het zal in dit geval niet anders gaan, maar Gandhi was duidelijk over de uitkomst: ‘Eerst negeren ze je, dan bevechten ze je en dan win je.’

Wat moet er dan met banken gebeuren? Hans van Steenbergen, econoom bij de nieuwe politieke partij De Burgerbeweging schrijft hierover in ‘Naar een dienstbaar financieel stelsel voor iedereen’ dat iedereen zelf moet kunnen beslissen wat hij of zij met zijn of haar geld wil doen. Degenen die het bij het oude willen laten, hun geld op de bank blijven zetten en geld met geld willen blijven verdienen moeten hun gang kunnen gaan. ‘Een Orwelliaanse politiestaat’ is zeker niet de bedoeling. Het geld van degenen die niet willen deelnemen aan het ‘grote casino’ kan echter niet meer door banken worden gebruikt, zoals dat nu het geval is met de salarisrekeningen, de zakenrekeningen van midden- en kleinbedrijven en de tegoeden van instellingen bij de banken. Van Steenbergen kiest voor de oplossing van een semi-publieke ‘Staatsbank’. Ik denk dat de tijd van bevoogding voorbij is en dat we spoedig de economie = ‘hoe we ons huis (de aarde) beheren’, zelf ter hand gaan nemen en niet meer overlaten aan banken of aan de overheid.

(c) Ad Broere, econoom

De muntenman – Pieter Stuurman

Stel je voor, je hebt een gezin met 2 kinderen: Marietje en Pietje
. Beiden doen dagelijks een klus. Marietje stofzuigt, en Pietje doet de afwas. Als ze klaar zijn, krijgen ze een muntje. In ruil voor dat muntje kunnen ze de volgende dag eten krijgen.


Op een dag komt er een afwasmachine. Pietje kan zijn klus niet meer doen, want de afwasgelegenheid is vervallen. Hij kan geen muntje verdienen, en krijgt dus ook geen eten.
Pietje krijgt al snel honger, en probeert de stofzuigtaak van Marietje af te pakken, om toch te kunnen eten. Marietje, die eigenlijk helemaal niet van stofzuigen hield, blijkt er nu toch wel erg gehecht aan te zijn, en verdedigt zich met hand en tand.
Maar het wordt nog veel gekker: de muntjes worden geleverd door de muntenman. Hij stelt ze beschikbaar, maar hoeveel klussen er ook gedaan worden, het gezin moet ze altijd aan de muntenman teruggeven, vermeerderd met periodieke rente. Hoe langer het gezin gebruik maakt van de munten, hoe hoger het aantal munten is dat de muntenman opeist.
Uiteindelijk wordt de schuld zo groot dat alle met de klussen verkregen munten, aan de muntenman gegeven moeten worden. Hij eet zijn buik kogelrond in ruil voor munten die het gezin meteen weer af moet staan, want ja…. schuld. Terwijl degenen die alle klussen doen en het voedsel bereiden (de gezinsleden), niets meer te eten hebben, want…. geen munten.
Wat nu?
De oplossing is eenvoudig: stop met het idiote muntensysteem. Kijk wat er in het gezin nodig is aan klussen, en doe daar allemaal een deel van. Klussen als schoonmaken, eten koken etc.
Het resultaat is dan beschikbaar voor de leden van het gezin, zonder er muntjes voor te hoeven betalen. Het is beschikbaar als gevolg van de gezamenlijke inspanningen. En niet als gevolg van muntjes. Zoals het in de meeste gezinnen gebeurt eigenlijk.
Vreemd verhaal niewaar?
Toch is dit precies de manier waarop geld werkt in de grotere samenlevingsvorm dan een gezin. In de samenleving dus.
Ook daar is de oplossing even eenvoudig: niet langer werken met als doel muntjes te verkrijgen, maar werken om de benodigde zaken beschikbaar te maken. Zodat ze beschikbaar ZIJN voor de leden van die samenleving.

Samenvatting en opnames van het Monetair Symposium op 2 juli 2016

Pieter Stuurman op het Monetair Symposium over "Geld, Macht. Vrijheid en Verantwoordelijkheid"
Pieter Stuurman op het Monetair Symposium over “Geld, Macht. Vrijheid en Verantwoordelijkheid”

Monetair Symposium 2 juli 2016

Crisistrendwatcher en complotrealist Dirk Bauwens opent de lezingenreeks onder de titel “De onzichtbare macht die ons regeert. Hoe en wie? Welke fenomenen zien we en wat zeggen ze?” 

 Je bent niet gek als je het gelooft: schaduwmachten zijn reëel. Door de eeuwen heen zijn er telkens klokkenluiders geweest die op het bestaan van de onzichtbare machtsstructuren hebben gewezen. Luister bijvoorbeeld naar de toespraak van J.F. Kennedy en lees het werk van voormalig minister Paul Hellyer.
Als je nog meer bronnen zoekt: Wall Street and the Rise of Hitler van Antony C. Sutton, Superclass: The Global Power Elite and the World They Are Making van David Rothkopf. Het wetenschappelijk onderzoek van James Glattfelder en de artikelen, boeken en video’s van William Engdahl.
Bauwens laat de machtspiramide zien. In de bovenste regionen staat de BIS bank. Een staat binnen de staat. Hier wordt het financiële beleid bepaald dat later wordt uitgevoerd door de Centrale en vervolgens door de commerciële banken.

machtspiramide
De BIS, het IMF, de Wereldbank, de VN, de NATO, de OESO, de Europese Commissie, de Centrale Banken, de Trojka: allemaal ultramachtige instanties die niet democratisch verkozen zijn en waar we dus ook geen enkele controle over hebben.

Grootbanken gijzelen de wereld. Ze creëren geld uit het niets, lenen het aan ons uit en wij moeten het vervolgens terugbetalen met rente. Daardoor komt al het geld uiteindelijk aan de top terecht. De tweedeling wordt steeds groter. 62 mensen bezitten nu samen de helft van de wereldrijkdom. Wij mogen met z’n 7 miljarden de andere helft verdelen.

Blogger en coach Pieter Stuurman spreekt over geld, macht en vrijheid en het verband hiertussen. Geld = macht.
Macht hebben betekent het vermogen bezitten om het gedrag van anderen te bepalen. Als je rijk bent, kan dat. De macht van de één is de onvrijheid van de ander. Hoe groter de inkomensongelijkheid, hoe effectiever geld als machtsmiddel is en hoe onvrijer we dus worden.
Ook Stuurman toont de machtspiramide. 7 miljard mensen leveren de producten en diensten en dus alle waarde op deze planeet. Een ultrarijke, superkleine bovenlaag profiteert.
Als je waar ook ter wereld mensen gaat vragen waar ze naar op zoek zijn, zullen ze allemaal antwoorden: vrijheid en voorspoed. Dit zijn universele intenties. Maar het systeem wat we hebben gecreëerd staat hier haaks op. We krijgen de tegenovergestelde uitkomsten: onvrijheid en armoede.
“Ergens hebben we een fout gemaakt. Gaan we zo door of gaan we onze intenties centraal stellen?”

Ergens hebben we een fout gemaakt. Gaan we zo door of gaan we onze intenties centraal stellen? Als we dat willen, zullen we onze verantwoordelijkheid moeten nemen.

We hebben helemaal geen geld nodig. We hebben producten en diensten van elkaar nodig. Om daar toegang toe te krijgen, maken we nu gebruik van een geldsysteem dat ons onze vrijheid ontneemt en ons verarmt. Waarom zouden we dat doen?
We moeten ons geloof in geld opzeggen en onze eigen manier gaan bedenken om de producten en diensten die we zelf maken onderling te verdelen zodat iedereen kan bijdragen en ook kan krijgen wat hij of zij nodig heeft.
De omslag kunnen we creëren door anders te gaan denken over werk: niet voor het geld, maar om spullen te maken en diensten beschikbaar te stellen voor onze medemensen.
Zeg niet dat het onmogelijk is. De oplossingen om zo’n samenleving te creëren zijn al voorhanden, denk bijvoorbeeld aan complementair geld. Alleen het bewustzijn ontbreekt nog bij veel mensen. Daarom moeten we elkaar informeren, inspireren en motiveren.
Het begint allemaal met het besef. Als genoeg mensen vinden dat het zo niet langer kan en het anders willen, vinden we vanzelf een weg.
Monetair hervormer Anthony Migchels benadrukt dat het onderwerp geld enorm belangrijk is. Economie gaat over transacties. Geld is de helft van iedere transactie. Des te vreemder is het dat geld als zodanig in de economische wetenschap niet of nauwelijks wordt bestudeerd.

De grootbanken hebben ons in de tang omdat we voor 230 biljoen dollar bij hen in het krijt staan. Ze beheersen het geldsysteem en daarmee de drie mechanismes die ervoor zorgen dat we steeds armer worden. De eerste is rente. Als je een lening hebt, bijvoorbeeld een hypotheek, betaal je door de rente je huis uiteindelijk 2 à 3 keer.

Maar ook als je geen lening hebt, ben je een groot deel van je inkomen kwijt aan rente. In alle producten die je koopt zit een stuk rente (plm. 40%) dat uiteindelijk naar de banken gaat. Leveranciers en winkeliers hebben meestal leningen. De rente die ze daarover moeten betalen, berekenen ze door aan de klant.

“De grootbanken hebben ons in de tang omdat we voor 230 biljoen dollar bij hen in het krijt staan”

Het tweede mechanisme is de controle over de geldhoeveelheid. De banken creëren booms en busts. Sommige perioden verstrekken ze veel leningen waardoor de geldhoeveelheid stijgt, dan opeens weer minder waardoor een crisis en een depressie ontstaan.

Ten derde bepalen banken ook wie een lening krijgt en wie niet en onder welke voorwaarden, waardoor sommige bedrijven en individuen bevoordeeld worden, terwijl andere failliet gaan.
Een aanrader om te kijken is de documentaire The Princes of the Yen van Richard Werner. Hierin wordt getoond hoe Centrale Banken opereren: ze creëren crisissen om die vervolgens ‘op te lossen’ met structurele hervormingen. Precies wat nu binnen de EU ook gebeurt.
Weg uit het doemscenario
Alle sprekers schetsen een hopeloos beeld. De situatie van ons financiële bestel is onhoudbaar. De particuliere en overheidsschulden worden steeds hoger t.o.v. ons (nationaal) inkomen. Hoe ontkomen we aan een doemscenario?
De oplossing is duidelijk: zelf volledige verantwoordelijkheid nemen voor ons samen-leven. Aan onze eigen netwerken bouwen. Een monetaire hervorming van binnenuit.
Migchels c.s. hebben een complementaire munt klaarstaan waar we zo kunnen instappen. Je kunt vandaag nog een rekening openen bij De Florijn. En als je mee wilt helpen aan de groei van het netwerk, kun je je aanmelden als werver.
Met de Florijn creëren we ons eigen betaalmiddel zonder de nadelen van de Euro. Het Florijnnetwerk biedt bedrijven (en op termijn waarschijnlijk ook consumenten) rentevrij krediet. Dit kan de kapitaalschaarste binnen het midden- en kleinbedrijf oplossen en dus enorme positieve gevolgen voor de reële economie hebben. Florijnen blijven namelijk binnen het netwerk circuleren, terwijl Euro’s in de vorm van rente naar de banken verdwijnen.
Het nut van complementaire munten heeft zich bijvoorbeeld bewezen in Zwitserland, waar het bedrijfsleven al 80 jaar naast de Zwitserse Frank gebruik maakt van de WIR, en in Bristol, waar de locale economie dankzij deBristol Pound helemaal opbloeit.
Ronald Bernard van de Blije B -een bank in oprichting- heeft ook zo’n positief verhaal. We moeten weer baas in eigen bank worden.
We kunnen het zelf. We moeten niet blind staren op onze onmogelijkheden en tekorten, maar ons focussen op wat we wèl kunnen doen. Kijk naar iemand als Nick Vujicic. Hij heeft geen armen en benen, maar hij krijgt meer voor elkaar dan de meesten van ons die wel een gezond lichaam hebben.
Daar kunnen we een voorbeeld aan nemen. De Blije B is een coöperatieve fairtrade bank in oprichting. Het is een burgerinitiatief van professionals. De Blije B introduceert de waardevaste munt URA. Zodra er meer dan 10.000 leden zijn, wordt de bankvergunning aangevraagd. De Blije B doet niet aan rente en is daarmee hèt duurzame financiële initiatief van Nederland.
In plaats van rente geeft De Blije B Financieel, Ecologisch, Emotioneel en Sociaal rendement, op basis van natuurlijke groei. De Blije B investeert in lokale economieën en duurzame projecten, voor een gezonde en rechtvaardige samenleving.
In 5 jaar kunnen we een gezonde economie creëren met behulp van de 12 punten van verandering. Inmiddels hebben al 4.600 mensen in meerdere landen zich aangesloten. De Blije B maakt het je gemakkelijk. Ook wij kunnen zo meedoen, bijv. als vrijwilliger. Maar om de Blije B echt van de grond te krijgen is ook geld benodigd. Voor 25 euro ben je medestander. Voor 100 euro wordt het ook jouw bank.
Zo eindigt dit symposium heel opgewekt. Er is een uitweg uit de misère. Ik weet wat ik kan doen. Jij ook?
Met dank aan Mia Molenaar van Welvaart voor Iedereen voor de samenvatting van deze dag.

Een andere kijk op Prinsjesdag. En op deze regering.

In dit artikel kijken we kritisch naar wat decennia van Prinsjesdagen ons hebben opgeleverd. Naar wat de diverse regeringen voor het volk tot stand hebben gebracht. Dit artikel geeft je een blik op de werkelijke intenties achter de mooie beloften – omdat je alleen maar hoeft te kijken naar de resultaten.  Het geeft een mooi perspectief op Prinsjesdag 2015.

De -lozenregering.

Wij hebben al heel lang een -lozenregering. Een wát? Een -lozenregering. Deze regering zorgt ervoor dat we met heel veel soorten -lozen geconfronteerd zijn geworden. Om een aantal categorieën op te noemen:

  • Daklozen: daarvan zijn er al een 80.000 – tachtigduizend – in Nederland. Tachtigduizend mannen, vrouwen en kinderen in alle leeftijden, in alle sociale klassen behalve de echt rijken, die op straat leven en waarvan de overheid het verboden heeft ze te voederen;
  • Baanlozen: de -lozenregering en haar voorgangers zijn er zodanig in geslaagd de economie te destabiliseren, het ondernemerschap te frustreren, de kredietverlening te beperking, de rechten voor werknemers én zelfstandigen zodanig te veranderen dat de economie gierend tot stilstand is gekomen;
  • Rechtelozen: iedereen die met de overheid in conflict is of is geweest en daar niet de juiste vriendjes had (ook wel Rechtsgelijkheidslozen genoemd);
  •  Geldlozen: die mensen die de 40% rente die zit in alles wat we betalen, en de 70% marginale belastingdruk in Nederland niet meer hebben kunnen ophoesten;
  • Zorglozen: de mensen die in verzorgings- en verpleegtehuizen wonen, gekort worden in hun zorg respectievelijk uit de zorg gegooid zijn; of die categorie die vroeger een PGB kreeg waaruit ze hun zorgverleners betaalden – en nu niet meer!;
  • Bewustzijnslozen: mensen die het onderwijs in NL gevolgd hebben. Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat hoe langer mensen onderwijs gevolgd hebben in Nederland, hoe meer geconditioneerd ze zijn en hoe vaster in hun overtuiging. Hetgeen voortkomt uit het eindeloos oefenen in verwerpen van wat je eigen gevoel je zegt, en het eindeloos oefenen in het hebben van vertrouwen in AUTORITEIT (ook al – inderdaad – zegt je gevoel iets heel anders);
  • Informatielozen”: mensen die naar het 8-uur journaal kijken en geloven dat wat er in de krant staat, de werkelijkheid is;
  • Machtelozen: mensen die het idee hebben dat hun van alles aangedaan is en wordt, en die tevens in de veronderstelling leven dat ze daar niets tegen kunnen ondernemen;
  • Samenlozen: die mensen die niet snappen dat je, in het geval dat je de dingen SAMEN doet, als team, dat je die dingen die je in je eentje niet voor elkaar krijgt, SAMEN wél voor elkaar krijgt.

 

Deze foto is een ouwetje: Minister Ruding in 1983. Maar deze man heeft een grote bijdrage geleverd aan de -lozenregering. In z'n eentje verantwoordelijk voor een pensioendiefstal van 30 miljard gulden uit de kas van het ABP.
Deze foto is een ouwetje: Minister Ruding in 1983. Maar deze man heeft een grote bijdrage geleverd aan de -lozenregering. In z’n eentje verantwoordelijk voor een pensioendiefstal van 30 miljard gulden uit de kas van het ABP.

Deze -lozen zijn het gevolg van het gedrag van een regering – en de entiteiten die haar aansturen – die ook uit -lozen bestaat, onder andere:

  • integriteitslozen: mensen zonder een noemenswaardige mate van integriteit, waardoor ze nooit zullen zeggen wat ze écht zullen doen, en je nooit weet wat ze écht doen met datgene wat ze zeggen;
  • hersenlozen: of dit een echte categorie is of dat ze ons alleen willen laten denken dat dat zo is, daar ben ik nog niet uit. Ze acteren wel heel overtuigend;
  • respectlozen: de types die een totaal lak hebben aan meningen van anderen dan die wiens belang ze dienen, acties van belangengroeperingen, wanhoopskreten uit de samenleving, uitspraken van de Nationale Ombudsman, en die zelfs rechterlijke uitspraken naast zich neer leggen. Wordt ook wel het Opstelten-archetype genoemd;
  • marktwerkingslozen: mensen in de politiek en regering die constant roepen dat marktwerking de panacee is voor alle kwalen en dat het goed is voor de werkgelegenheid, maar in feite bedoelen dat de uit de marktwerking voortkomende monopolies goed zijn voor hun opdrachtgevers;
  • bewustzijnslozen: die heb je hier dus ook. Mensen die niet snappen dat er zoiets als Karma bestaat Zelfs de Godsvruchtbaren doen dingen waarvan ze kunnen weten dat – eens ze voor hun schepper staan – een spontane ontlasting uit alle lichaamsopeningen hun deel zal zijn (en tóch doen, hè?!);
  • waarheidslozen: zij die geen idéé hebben dat er zoiets als waarheid bestaat, dat je daar naar op zoek zou kunnen gaan, en er zelfs naar zou kunnen lèven!;
  • voorbeeldlozen: de openbaar bestuurder, politicus, of boven-Balkendende-normer die er jaarlijks 10% bijkrijgt; waarvoor er bij ontslag een vorstelijke afkoopsom ligt te wachten; die het ontzettend kan verkloten voordát hij er überhaupt uitgeschopt wordt; die jaar op jaar een bonus van tonnen krijgt terwijl hij de bank, verzekeringsmaatschappij of woningbouwcorporatie waar hij werkt ‘en passant’ naar de kloten helpt; die jaren wachtgeld krijgt; die sowieso door de private partijen, die hij terwijl hij in dienst van de overheid (lees: het volk) was goede diensten bewezen heeft, leuke banen aangeboden krijgt; die de democratie in Nederland – en ver daarbuiten – om zeep heeft helpen maken => bij bestuurders die dan verwachten dat mensen die het moeten doen met geen huis, geen baan, geen rechtszekerheid, hoge boetes voor kleine vergrijpen (en bij niet kunnen betalen de bak in gaan), geen uitkeringen, mensen die verplicht onbetaald werk moeten verrichten in banen die voorheen gewoon betaald werk waren; mensen die uit verzorgingstehuizen gezet worden als ze tot meer in staat zijn dan met de ogen knipperen, mensen die de mensen die hun verzorgen niet meer kunnen betalen (PGB) e.v.a.: dan is die bestuurder dus geen voorbeeld. Onze politiek en bestuurders zijn geen voorbeeld. Het zijn mensen die opgevoed moeten worden;
  • sturingslozen: mensen die gewoon uitvoeren wat de baas zegt (vroeger noemden we die NSB-er, of collaborateurs). In feite zijn het de mensen die zodanig van zichzelf en hun omgeving vervreemd zijn, dat ze hun zelfsturing kwijt zijn en de -lozenregering de facto mogelijk maken;
  • gewetenlozen: zorgen voor de aansturing van het geheel. Zorgen ervoor dat MENSEN dingen doen die ON-MENSELIJK zijn. Knap, wel.

Inderdaad: de categorieën overlappen elkaar nogal. En we zijn nogal wat categorieën vergeten. Dus als mensen nog aanvullingen hebben…..